Dit is de waarheid over het vermogen en de koopkracht van ouderen


Dit is de waarheid over het vermogen en de koopkracht van ouderen

We lezen uiteenlopende berichten over de koopkracht van 65-plussers. Wat is nu het echte verhaal: zijn ze erop vooruit gegaan of is hun portemonnee lichter geworden? 

Wat is waar?

Als we kijken naar de standpunten in de Tweede Kamer vinden vooral 50OPLUS, de PVV, SP en het CDA dat ouderen niet genoeg meeprofiteren van de economische groei. Deze partijen willen flink investeren om de koopkracht van 65-plussers op te stuwen.


D66 en de VVD maken op hun beurt bijvoorbeeld wel geld vrij voor betere ouderenzorg, maar vinden over het algemeen dat ouderen er de afgelopen jaren helemaal niet zo bekaaid vanaf zijn gekomen.

Vaker gevulde portemonnee

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wilde achterhalen welke partijen nu gelijk hebben en deed onderzoek. Allereerst blijkt dat 65-plussers gemiddeld gezien meer te besteden hebben dan andere leeftijdsgroepen. Ze staan er zowel qua inkomen als vermogen beter voor dan de meeste andere Nederlanders.
In cijfers: hun besteedbaar jaarinkomen (netto-inkomen na aftrek van belastingen en premies) was in 2000 nog 500 euro minder dan dat van 25- tot 45-jarigen, maar in 2014 was dat 100 euro meer. Een jaar later bedroeg het vermogen van 65-plushuishoudens gemiddeld 86.500 euro, vijf keer zoveel als een doorsnee huishouden in Nederland. Er zijn momenteel minder gepensioneerden die moeten leven van een zeer laag inkomen dan jongere Nederlanders. Alleen werkenden tussen de 45 en 65 zijn daarin nu beter af dan gepensioneerden.
Dat de 65-plussers van nu gemiddeld meer vermogen hebben dan bijvoorbeeld hun ouders, kan het CBS wel verklaren. De huidige generatie gepensioneerden is ten eerste over het algemeen beter opgeleid dan de generatie daarvoor, en heeft steeds vaker ook via de vrouw aanvullend pensioen opgebouwd. Daarnaast hebben de 65-plussers van nu op een goed moment een huis gekocht – in de jaren '60, '70 en '80. Wanneer zij het verkopen, hebben ze flink wat overwaarde op hun woning.

Minder koopkrachtgroei

Maar er is een nog andere kant van het verhaal. Ook de partijen die vinden dat 65-plussers financieel te weinig hebben geprofiteerd, hebben gelijk. Hun koopkracht is sinds deze eeuw namelijk minder hard gestegen dan die van werknemers en zelfstandigen. Ouderen zijn er nauwelijks op vooruit gegaan, terwijl de gemiddelde werknemer 32 procent meer koopkracht heeft sinds 2000.
Dat komt vooral doordat mensen met een baan hogerop komen in de salarisschaal of bijvoorbeeld een promotie maken. Als je met pensioen bent, maak je die sprongetjes niet meer. De AOW stijgt wel maar samen met de inflatie, terwijl pensioenfondsen hun uitkeringen over het algemeen bevriezen of verlagen. Zelfs bijstandsgerechtigden en arbeidsongeschikten gingen er qua koopkracht meer op vooruit dan gepensioneerden, aldus het CBS.

Verschil laag en hoog pensioen

Toch blijven niet alle 65-plussers achter in de koopkrachtgroei. Het geldt voornamelijk voor mensen met een hoog aanvullend pensioen van minimaal 10.000 euro. Gepensioneerden met alleen AOW of een laag aanvullend pensioen gingen er de afgelopen vijftien jaar wél op vooruit.
In ons dossier leest u wat alle politieke partijen van plan zijn met het pensioen.
Bron: Volkskrant

Reacties